Internet of (many)things

Maarten Prins, Marketing Communication Manager Benelux

Bij het naderen van het einde van een dag hard ploeteren komen mijn collega en ik op het onderwerp ‘stofzuigen’. Ach, meestal zie je je collega’s vaker en langer dan je eigen partner dus mogen zulk soort onderwerpen best wel eens de revue passeren op de werkvloer.

Maarten

Mijn collega probeert mij te overtuigen van een nieuw model stofzuigerrobot. “De robot vliegt over het tapijt onder bedden door en is de aartsvijand van de hond bij zijn eigen afwezigheid. De robotstofzuiger zoeft zelfs naar een stopcontact zodra de accu bijna leeg is. Je hoeft zelf alleen nog maar de stekker in het stopcontact te steken. Ideaal, werk besparen waar mogelijk, nietwaar?”, roept hij mij na terwijl ik koffie ga halen voor ons. Bij terugkomst vervolgt hij, onder het genot van het bakkie, zijn verhaal. “Ik kan met mijn smartphone de stofzuiger activeren en stoppen en de status bekijken, bijvoorbeeld of de stofzuiger nu al halverwege is of dat hij aan de plint staat te happen naar stroom”. “Interessant, ik zal eens onderzoeken of het iets voor mij is”, antwoord ik, en loop naar mijn werkplek.

Het huis van de toekomst toonde het vroeger al. Gordijnen die open en dicht vliegen met een remote control. Energie besparen door middel van een touchscreen op de thermostaat om bewust te worden van de stroomvreters. Ik deed er destijds lacherig over echter, de tijd haalt mij nu al in.

Verwarming (de slimme thermostaat) hoger zetten terwijl je buiten de deur bent via internet zodat je lekker warm thuiskomt en efficiënter gaat ge-/verbruiken. Koffiemachine aanzetten zodat de koffie schenkklaar is zodra je de drempel over bent. De verlichting in de woningen gaat aan en uit alsof men nooit meer van huis is en nooit op vakantie gaat, want men is zo bang voor kwaadwillenden. Boeren die hun trekker met werktuig over het land laten glijden aan de horizon terwijl de boeren zelf de koeien van krachtvoer voorzien. Auto’s die rijden op het asfalt, terwijl de bestuurder van het vehikel de krant op het stuur heeft liggen in de ochtendspits. Koelkasten die zich aanpassen bij een hittegolf. Kleerhangers van C&A die het aantal Facebook likes weergeven van een kledingstuk in real-time dankzij de internetverbinding. Een “slimme” luier die op je smartphone aangeeft of de luier vervangen moet worden en ga zo maar door.

Wij hebben er een naam voor: “The Internet of Things” alle (multifunctionele) apparaten die met het internet verbonden zijn, apparatuur met een IP-adres. Zowel voor de consumentenmarkt als voor het bedrijfsleven. De term “Internet of Things (IOT)” werd in 1999 voor het eerst gebruikt door de Brit Kevin Ashton, die op dat moment bij het Massachusetts Institute of Technology werkte aan een onderzoek rond RFID, de technologie waarmee op afstand informatie kan worden doorgegeven.

Vandaag de dag wordt de term IOT uitgebreid door te melden dat een internetverbinding nog geen IOT maakt. Denk aan de tandenborstel die bijhoudt of je goed poetst en zorgt voor een leukere poetservaring en aan de FuelBand, de armband van Nike, die je activiteit bijhoudt en feedback geeft. IOT is dan eigenlijk het verzamelen, verwerken en interpreteren van data, door dingen uit te rusten met sensoren.

(Cyber)criminelen gaan hierdoor op zoek naar zwakheden in die systemen en apparaten die misbruikt kunnen worden om zo persoonlijke informatie te achterhalen, zoals patronen uit het dagelijks leven van de eigenaren van de apparatuur. Zo lieten beveiligingsexperts op de RSA Conference een Mac in de brand vliegen door de ventilator stil te zetten en de processor hard te laten draaien door middel van malware, vermomd als een firmware-update. We zullen in de toekomst vaker van dit soort hacks zien. Verwacht wordt dat het aantal “connected devices” in 2020 rond de 24 miljard zal liggen. De beveiligingsexperts en de fabrikanten hebben hier nog een uitdaging liggen.

Wellicht ouderwets, maar ik bespaar mij de tijd om niet continu de controle te hebben via mijn smartphone of via internet op mijn huishoudelijke apparaten en tracht in de avonduren regelmatig nog enkele meters met de traditionele stofzuiger te maken en na het natafelen nog even de theedoek te vatten terwijl de filterkoffie door de machine loopt die ik pas daarvoor handmatig heb ingesteld. Ik poets mijn tanden voor het slapen gaan tot ik een tennisarm heb. Ik ontwaak met mijn wekker die uit twee luide bellen bestaat en een opwindmechanisme en ’s morgensvroeg rij ik in mijn automobiel wild sturend, en me veilig wanend, de straat uit de file in. Heerlijk even de emotie in de handeling leggen. Ik denk dat ik er grip op heb.